top of page

DSM-5-TR: Nieuwe licentieregels en zorgimpact vanaf 2026

Ewout van Zonneveld

19 dec 2025

Zorgaanbieders moeten zelf actie ondernemen voor DSM-gebruik, terwijl nieuwe diagnoses de behandelpraktijk veranderen.

Het landschap rondom de DSM-5-TR (Text Revision) ondergaat de komende periode belangrijke veranderingen. Waar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) tot en met 2025 de centrale licentiekosten voor het gebruik van de DSM-classificaties droeg, verschuift deze verantwoordelijkheid per 1 januari 2026 naar de individuele zorgaanbieders en brancheorganisaties.


Voor huisartsen, POH-GGZ en andere behandelaren in Zuid-Holland Noord betekent dit dat de toegang tot de officiële classificatiecriteria niet langer vanzelfsprekend collectief geregeld is via de overheid. Diverse brancheorganisaties, waaronder het NIP en de LVVP, hebben inmiddels collectieve overeenkomsten gesloten met uitgeverij Boom om de continuïteit voor hun leden te waarborgen.


Nieuwe diagnoses en scherpere criteria

De overgang naar de DSM-5-TR brengt inhoudelijk ook verschuivingen met zich mee die relevant zijn voor de dagelijkse praktijk in de regio. Een opvallende toevoeging is de persisterende-rouwstoornis. Deze diagnose biedt handvatten voor de begeleiding van cliënten die vastlopen in een extreem langdurig en invaliderend rouwproces. Daarnaast zijn de teksten van ruim zeventig stoornissen aangescherpt en geactualiseerd op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

Voor de POH-GGZ in de regio Rijn en Duin is dit met name van belang bij de triage en screening. Hoewel de POH-GGZ niet formeel classificeert voor bekostiging in de gespecialiseerde GGZ, vormen de DSM-criteria vaak wel het referentiekader voor een gerichte verwijzing. De verfijnde criteria in de TR-versie helpen om problematiek sneller en accurater te duiden.


Toekomst van bekostiging

De wijzigingen staan niet op zichzelf. Binnen het Zorgprestatiemodel (ZPM) blijft de DSM-hoofdgroep leidend voor de afgeleide zorgvraagtypering. Opvallend is echter de langetermijnvisie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa): vanaf 2028 is het de bedoeling dat DSM-gegevens niet langer noodzakelijk zijn voor de zogeheten risicoverevening. Dit duidt op een mogelijke verschuiving waarbij de focus in de toekomst minder op strikte classificatie en meer op functionele beperkingen en zorgbehoefte komt te liggen.


Zorgaanbieders in de regio wordt geadviseerd om voor het einde van 2025 te controleren of hun organisatie of beroepsvereniging de benodigde licenties heeft afgedekt, zodat de diagnostiek en verslaglegging conform de veldnormen kunnen worden voortgezet.



Bron: Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), Boom uitgevers en Zorgprestatiemodel.nl.

Link: 

bottom of page